Het begon allemaal vroeg in de morgen, rond half 10, wat één van de zwaarste opdrachten was die we tot nu toe bij Creative Urbans gehad hebben. Ik vond dat ik in een leuk groepje zat waar ik dus tafelvoorzitter van was. Na de casussen gelezen te hebben kwamen de volgende ideeën tot ons:
- Een grote watertank in het midden van de wijk met een grote speelplek en park op het dak van de bassin. We kozen ervoor om de tank in het midden te doen, omdat dan ook de speelplek in het midden van de wijk zou zijn. Die watertank zorgt ervoor dat er een hoop water kan worden opgeslagen in de winter, wanneer er veel regen valt. En dat gebruikt kan worden in de zomer als grijs water, of misschien zelfs drinkwater na filtratie.

Dylan en zijn team
- We hebben ook nagedacht over de grote sloot aan de noordkant van Buurt 5. Deze zou kunnen overstromen, maar niet volgens onze ideeën: Ten eerste zou het meeste goed doorgevoerd kunnen worden naar andere wateren in en rond Amsterdam. Ten tweede hebben we de waterbassin die overtollig water door middel van pompen kan opvangen. Ten derde wilden we de sloot dieper maken, zodat wanneer er veel regen valt, hij niet zal overstromen en in tijden van droogte en verdamping er zoveel water in de sloot zit, dat er nog water over zal blijven.
- Over droogte gesproken, in de stilstaande sloot kan blauwalg ontstaan. Een van onze experts zij dat wanneer je aflopende, groene oevers maakt, dit niet gebeurd. Ook zouden pijpleidingen met zuurstof blauwalg voorkomen, dit is een idee wat al voorkomt in het Nieuwe Meer.
- Het is dus heel droog. De ronde glazen gebouwen kunnen heel heet worden in tijden van droogte. Hierdoor hadden wij een koelsysteem bedacht: er stroomt water van bovenaf het gebouw naar beneden. Dit wordt dan constant rondgepompt. Dit waren niet de enige gebouwen die wat afkoeling konden gebruiken. De L-gebouwen aan het water zouden ook warm kunnen worden. Zo bedachten we dat we ze wit gingen kleuren, wat een hoop zonnestraling tegenhoud.
- Dit rondpompen kost natuurlijk energie, welnu staan er verschillende religieuze gebouwen in CousMoes. Wij dachten dat in 2050 die gebouwen we wat moderner konden. Zo ontstonden de verschillende windmolens op de daken van de gebouwen.
- Deze windenergie was niet de enige energievoorziening. Ook hadden we zonnepanelen geplaatst op de (witte) L-gebouwen. Dit zorgt voor duurzamer energiegebruik. Verder hadden we een grote composthoop, in het hoekje van de buurt. We dachten: ‘Waar laten we al die hondenpoep in de buurt?’ Nou daar dus, en van compost kun je biobrandstof maken. Dan hadden we nog een laatste energieopwekker, en dat is de atletiekbaan. Er worden daar een heleboel kilometers gerend, en als we die baan nou eens van energieopwekkende tegels maken, scheelt dat weer een hele hoop fossiele brandstof.
- Dan kom ik bij de luchtverontreiniging. CousMoes had al een parkeergarage, die hebben wij uitgebreid, het is nu een soort tunnel, tot helemaal onder de L-vormige gebouwen. Zo hoeven bijv. oude vrouwtjes niet ver te lopen met hun boodschappentassen. Ook wilden we meer groen in CousMoes, wat zorgt voor meer open ruimtes. Die open ruimtes belemmeren het ‘hitte-eiland’ .
- Op de trapvormige gebouwen, staan tuintjes. Wij bedachten hiervoor dat die tuintjes een soort planten werden waarmee je water kon zuiveren en dat gebruiken als grijs water, bijv. voor de afwas of het doorspoelen van de wc.
- In de zomer kan er dus weinig regen vallen, en wordt een groot deel van CousMoes bruin i.p.v. groen. Hiervoor kun je dan weer de grote watertank gebruiken.
Dylan Ahern